Veel arbeidsovereenkomsten ontbonden met wederzijds goedvinden

In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken heeft SEO Economisch Onderzoek een rapport uitgebracht omtrent de uitkomsten van een (empirisch) onderzoek naar de wijze waarop werkgevers arbeidsovereenkomsten met hun werknemers beëindigen (klik hier voor het rapport). Het 116 pagina’s tellende rapport bevat interessante resultaten, waarvan ik er een aantal kort bespreek.
Uit het rapport blijkt onder meer dat het aantal arbeidsovereenkomsten dat door ontbinding door de rechter sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) sterk is gedaald. Dat is nog slechts 4%. Ook het UWV is geen ‘arbeidsovereenkomstenvermorzelaar’, nu slechts 20% van alle beëindigingen het directe gevolg is van een door het UWV afgegeven ontslagvergunning. Het ontslag op staande voet heeft, met 6% van alle beëindigingen, ook geen substantiële rol. Diegenen die hebben meegerekend, zullen reeds de conclusie hebben getrokken dat maar liefst 70% van alle beëindigingen plaatsvindt door ontslag met wederzijds goedvinden. Uit het rapport blijkt dat dit aandeel sinds 2011-2012 sterk is toegenomen, nu dit aandeel in 2011-2012 nog ‘slechts’ 61% bedroeg. Bovenstaande cijfers geven wellicht een ietwat vertekend beeld, nu het lijkt of een werkgever er onverstandig aan doet voor ontslag naar het UWV of de kantonrechter te gaan. Onder meer wanneer werkgever en werknemer er samen niet uitkomen, kan het voor een werkgever (en soms ook voor een werknemer) pure noodzaak zijn om een gang naar de kantonrechter of het UWV te maken. Eenmaal voor die route gekozen, komt het dan meestal alsnog tot overeenstemming tussen partijen, waardoor het UWV, of de kantonrechter de taak om de arbeidsovereenkomst te beëindigen niet op zich hoeft te nemen. Wellicht dat deze nuancering bij een volgend onderzoek kan worden betrokken.

Heeft u nog vragen over dit onderwerp neemt u dan gerust contact op met de leden van de sectie Vastgoed-en-Huurrecht. Zij helpen u graag verder.