Meerderjarig studerend kind, het derdenbeding en een onderhoudsverplichting

In de praktijk zien wij steeds vaker dat een meerderjarig kind dat nog studeert en ouder is dan 21 jaar aan zijn of haar ouder(s) om een bijdrage verzoekt in de kosten van het levensonderhoud en studie en dit zelfs via een procedure afdwingt. Meestal speelt dit overigens bij gescheiden ouders. Kan dit zomaar? Nee, tenzij er sprake is van een contractuele verplichting, zoals een zogenaamd derdenbeding, dat is opgenomen in een ouderschapsplan ten tijde van de echtscheiding.

Een wettelijke onderhoudsverplichting tot 21 jaar

Op basis van de wet (ex art. 1:392 BW) hebben ouders slechts een verplichting om bij te dragen in het levensonderhoud van een kind dat ouder is dan 21 jaar voor het geval het kind behoeftig is. Een volwassen student is niet behoeftig, omdat hij of zij in het algemeen in staat is door arbeid zelf inkomsten te genereren en in het eigen levensonderhoud te voorzien. Dat hij of zij ervoor kiest een studie te volgen in plaats van een baan te zoeken, doet aan dit uitgangspunt niets af. De heersende leert brengt echter niet mee dat een meerderjarige student ouder dan 21 jaar nooit aanspraak kan maken op een bijdrage van zijn of haar ouders. Er kan namelijk sprake zijn van een contractuele verplichting, bijvoorbeeld in het ouderschapsplan, dat een derdenbeding inhoudt zodat een meerderjarig studerend kind een zelfstandig recht (!) krijgt t.o.v. van zijn of haar ouders om nakoming van het ouderschapsplan en daarmee de verlengde onderhoudsverplichting af te dwingen.

Het derdenbeding met een verlengde onderhoudsverplichting

Regelmatig zien wij dat een dergelijk derdenbeding, met een verlengde onderhoudsverplichting tijdens de studie, is opgenomen in een ouderschapsplan waarbij ouders zich richting hun meerderjarig studerend kind van 21 jaar of ouder verplichten een (studie) bijdrage te betalen zolang het kind met redelijke resultaten in overleg met hen met een beroepsopleiding bezig is of studeert. Uw meerderjarig studerend kind kan in dat geval dus zelfstandig rechten aan het derdenbeding uit de tussen u en uw ex-partner gesloten overeenkomst ontlenen en dit zelfs via een rechter afdwingen. Veelal wordt deze situatie niet voorzien op het moment dat het ouderschapsplan wordt opgesteld en wordt u hier jaren later als ouder door uw kind mee geconfronteerd. Dat kan zeer vervelend zijn. Zeker ook wanneer er al enige tijd sprake is van een verstoorde verhouding met uw kind. Toch zult u in overleg moeten treden met uw meerderjarig studerend kind.

Een aanspraak op het derdenbeding, wat dan?

In de rechtspraak zien we een wisselend beeld hoe wordt omgegaan met situaties waarbij een meerderjarig studerend kind aanspraak maakt op een bijdrage als gevolg van een in het ouderschapsplan opgenomen derdenbeding. Regelmatig wijst de rechter een bijdrage (in het voordeel van het meerderjarig kind) in het levensonderhoud en kosten van de studie toe. Ook wanneer er geen overleg heeft plaatsgevonden over de keuze van de studie, het verloop van de studie én er überhaupt geen enkel contact meer is, waardoor in feite dus niet aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Zo oordeelde het Hof Amsterdam in 2016 dat vader was gehouden tot nakoming van de alimentatieverplichting jegens het kind ondanks het ontbreken van overleg over haar studiekeuze. Het Hof woog hierbij mee dat de ouders uit elkaar gingen en de afspraken maakte toen het kind negen jaar oud was. De communicatie was nadien erg slecht geweest tussen de ouders. Onder deze omstandigheden, die erop duiden dat de ouders van het kind niet in staat zijn gebleken om de gevolgen van de echtscheiding duurzaam in goed overleg te regelen, acht het Hof het niet redelijk om het kind te houden aan de letterlijke tekst van het convenant. Daarbij overwoog het Hof tevens dat, wanneer de verstoorde verhouding tussen de ex-echtlieden onderling of tussen de ex-echtlieden en de kinderen het volgens de bepaling verplichte overleg over studiekeuzes in de weg staat, het kind niet de nadelige gevolgen ervan mag ondervinden.

Echter, er zijn ook diverse uitspraken waarin de rechter anders oordeelt en juist meent dat een meerderjarig studerend kind geen rechten kan ontlenen aan het derdenbeding omdat er geen overleg heeft plaatsgevonden over de studiekeuze en geen informatie is verstrekt over het verloop van de studie. Zo oordeelde de rechtbank Rotterdam in 2017 dat de (stief)dochter geen beroep kon doen op het derdenbeding omdat zij zich niet aan de voorwaarde uit het artikel heeft gehouden. Vaststaat dat (stief)dochter haar studiekeuze heeft gemaakt zonder vooroverleg met (stief)vader. Het schenden van deze voorwaarde rechtvaardigt ontbinding van de overeenkomst. De (stief)vader hoeft niet meer bij te dragen in de studiekosten.

Iedere situatie is anders en de rechter beoordeelt van geval tot geval hoe het derdenbeding moet worden uitgelegd. Het verdient aanbeveling in de eerste plaats in onderling overleg te bekijken of u samen met uw kind tot een oplossing kunt komen. Lukt dit niet, dan zal aan de hand van de situatie en de omstandigheden van het geval samen met u moeten worden beoordeeld of het zinvol is om een beroep te doen op de ontbinding van het derdenbeding omdat niet aan de voorwaarden is voldaan door uw studerende meerderjarige kind.

Meer informatie?

Hebt u te maken met een meerderjarig studerend kind dat een bijdrage van u wenst en bent u benieuwd wat uw rechten en plichten in deze zijn? Neem dan vrijblijvend contact met ons op zodat wij u daarover kunnen adviseren.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp? Neem dan vrijblijvend contact met ons op!

auteur: mr. Stefanie van Helvert

U mag dit bericht delen: