Whiplashklachten na aanrijding met lage snelheid? Ook dan heeft u recht op schadevergoeding!

Op 23 februari 2021 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden  een nieuw toonaangevend arrest gewezen over de juridische causaliteit tussen een verkeersongeval dat het slachtoffer in 2010 op 14-jarige leeftijd is overkomen en de als gevolg van dit ongeval bij het slachtoffer ontwikkelde klachten. Voorts maakt het hof korte metten met het verweer van de WAM-verzekeraar dat sprake zou zijn van een “low-impact” aanrijding waardoor de klachten van het slachtoffer niet door het ongeval verklaard zouden kunnen worden.

Wat is er gebeurd?

De auto waarin het slachtoffer op de achterbank zat, is van achteren aangereden door een andere auto. De andere auto was verzekerd bij ASR en ASR heeft de aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval erkend. Als gevolg van dit ongeval heeft het slachtoffer dusdanige klachten ontwikkeld waardoor zij in vele opzichten beperkt is. Ten tijde van het ongeval zat het slachtoffer op 2 HAVO en zij zou zonder ongeval zijn doorgestroomd naar 3 HAVO. Door het ongeval is zij naar 3 MAVO moeten gaan en heeft zij – met veel moeite en aanpassingen – haar MAVO diploma behaald. Het volgen van een MBO vervolgopleiding bleek voor het slachtoffer nadien niet mogelijk. Het slachtoffer woont zelfstandig, maar krijgt voor haar klachten 20 uur per week WMO ondersteuning en drie tot vier dagen per week verleent de moeder van het slachtoffer huishoudelijke hulp. In het kader van de afwikkeling van de letselschade, trekt ASR in twijfel dat de door het slachtoffer gestelde klachten zouden komen door het verkeersongeval. Er zou immers sprake zijn van een “low-impact” aanrijding waarbij slechts een snelheidsverandering zou hebben plaatsgevonden van 3,4 tot 7,2 km/uur. Volgens ASR is het met een dergelijke botsingssnelheid onmogelijk de door het slachtoffer gestelde klachten te ontwikkelen.

Deskundigen

In het tussenarrest heeft het hof een viertal deskundigen benoemd; een neuroloog, neuropsycholoog, psychiater en revalidatiearts. Alle vier de deskundigen hebben hun bevindingen gerapporteerd. Zowel de neuroloog als de revalidatiearts kunnen op medisch objectieve gronden de klachten van het slachtoffer niet verklaren. De revalidatiearts kan wél de door het medisch circuit gestelde diagnose “Whiplash Associated Disorder II” onderschrijven, waarbij de revalidatiearts uitdrukkelijk opmerkt dat de klachten niet versterkt of onderhouden worden door het primaire trauma (het verkeersongeval), maar door de invloed van de psychosociale factoren op het functioneren. Daarnaast stelt de revalidatiearts dat de discussie of de impact van het ongeval groot genoeg is om tot een Whiplash Associated Disorder graad II te kunnen leiden, naar zijn professionele mening een non-issue betreft. De psychiater stelt de diagnose “somatische symptoomstoornis”. Volgens de psychiater is het slachtoffer niet in staat gebleken op een adequate wijze aan haar herstel te werken en heeft ze een sterk verstoorde coping ontwikkeld, waarbij instandhoudende factoren een rol spelen. Belangrijk is dat volgens de psychiater geen aanwijzingen zijn voor simulatie en dat het slachtoffer de klachten reëel beleeft en de klachtenbeleving consistent is. Het advies van de psychiater is om te starten met een multidisciplinair behandeltraject waarbij niet alleen de fysieke klachten, maar ook de mentale klachten centraal staan.

Beoordeling hof rapporten en causaal verband

Het hof acht de inhoud van de deskundigenrapporten consistent en coherent en neemt deze rapportages tot uitgangspunt voor de beoordeling van het geschil tussen partijen, ondanks weerstand van ASR. Volgens het hof blijkt genoegzaam uit de rapportages van de deskundigen dat het slachtoffer klachten heeft als hoofd-, nek-, schouderpijn, concentratie- en geheugenklachten, slaapklachten en vermoeidheidsklachten en dat deze klachten in causaal verband staan/komen door het verkeersongeval dat het slachtoffer op 14 jarige leeftijd is overkomen. Concreet stelt het hof daarover het volgende:

“Het hof vindt ook voldoende aannemelijk dat causaal verband bestaat tussen de hiervoor vermelde klachten en het ongeval. Het hof stelt bij dit oordeel voorop dat het er daarbij om gaat dat in juridische zin sprake is van causaal verband. Daarvoor is niet noodzakelijk dat een sluitende wetenschappelijke verklaring wordt gegeven voor de klachten waaruit in wetenschappelijke zin onweerlegbaar volgt dat de klachten het gevolg zijn van het ongeval. Het causaal verband tussen ongeval en klachten is in beginsel voldoende aannemelijk indien voor het ongeval geen sprake was van dezelfde of vergelijkbare klachten (1), het ongeval de klachten kan veroorzaken (2) en een alternatieve verklaring ontbreekt (3). Aan deze vereisten is in dit geval voldaan, zoals hierna zal blijken”.

Dat het slachtoffer vóór het ongeval geen of vergelijkbare klachten had blijkt uit de rapporten van de deskundigen en de onderliggende medische informatie. Het hof volgt de revalidatiearts in zijn standpunt dat de discussie over de vraag of de impact van de botsing in relatie tot het ontstaan van Whiplash Associated Disorder II een “non-issue” is en volgens het hof kunnen de klachten zeker door het ongeval veroorzaakt zijn. Voorts is er volgens het hof géén alternatieve verklaring voor de klachten van het slachtoffer te geven, althans heeft ASR deze alternatieve verklaring onvoldoende aannemelijk gemaakt. De conclusie van het hof is dat met de deskundigenonderzoeken het causaal verband tussen het ongeval en de door het slachtoffer benoemde klachten voldoende aannemelijk is geworden.

Conclusie

Deze uitspraak laat wederom zien dat voor de vaststelling van het juridisch causale verband tussen klachten en ongeval een medische sluitende wetenschappelijke verklaring voor de klachten niet noodzakelijk is. Daarnaast volgt uit deze uitspraak dat het enkele feit dat sprake is van een aanrijding met een lage snelheidsverandering (low-impact) niet betekent dat het slachtoffer door deze aanrijding geen klachten kan ontwikkelen.

Heeft u ook een verkeersongeval gehad en worden uw klachten door de WAM-verzekeraar in twijfel getrokken? Neem dan vrijblijvend contact op voor advies met Marloes Kok.

auteur: mr. Marloes Kok