Werknemer verspeelt recht op een transitievergoeding door passende functie niet te aanvaarden

Dat op een werkgever een herplaatsingsplicht rust van een werknemer van wie de functie is komen te vervallen, is over het algemeen bekend bij werkgevers. Minder bekend is dat een werknemer zijn recht op een transitievergoeding kan verspelen door een passende functie (na het vervallen van de eigen functie) niet te aanvaarden. In dat kader wordt een recente uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch besproken.

Op 28 januari 2021 heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat een werkneemster ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door een passende functie niet te aanvaarden en dat aan haar om die reden geen transitievergoeding toekomt.

De casus

De betreffende werkneemster was 19 jaar in dienst bij werkgever, laatstelijk in de functie van kwaliteitsmedewerker en werkzaam in ploegendiensten, toen haar functie kwam te vervallen. Werkgever heeft in dat kader een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV. Het UWV heeft de ontslagvergunning verleend. De arbeidsovereenkomst is door werkgever, met toestemming van het UWV, opgezegd.

Tegelijkertijd heeft werkgever aan werkneemster kenbaar gemaakt, geen transitievergoeding aan haar te zullen betalen omdat zij ernstig verwijtbaar zou hebben gehandeld doordat zij geweigerd heeft een passende functie te accepteren.

Werkneemster was van mening wel degelijk recht te hebben op een transitievergoeding en verzocht de kantonrechter werkgever te veroordelen tot betaling van de wettelijke transitievergoeding (€ 42.448,68 bruto), te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. De kantonrechter wees het verzoek van werkneemster af en veroordeelde haar in de proceskosten. Werkneemster is naar aanleiding van deze afwijzing in hoger beroep gegaan.

Wat is een passende functie?

Van een passende functie is sprake wanneer deze aansluit bij de opleiding, ervaring en capaciteiten van de werknemer (artikel 9 lid 3 Ontslagregeling). Werkneemster was werkzaam als kwaliteitsmedewerkster. Werkgever heeft de volgende pogingen ondernomen om werkneemster te herplaatsen.

Als eerste heeft werkgever aan werkneemster kenbaar gemaakt, dat zij haar functie kon blijven vervullen maar dat dit enkel nog in dagdiensten kon. Werkneemster weigerde dit, omdat zij graag in ploegendiensten wilde blijven werken. Werkneemster wilde dit graag, omdat haar echtgenoot ook bij werkgever in ploegendiensten werkte en zij – onveranderd – samen met haar echtgenoot per auto naar het werk wilde reizen. Werkneemster kon wegens een oogaandoening niet zelfstandig autorijden. Werkneemster was van mening dat reizen met het openbaar vervoer geen optie was.

Vervolgens heeft werkgever haar een andere functie in dagdienst aangeboden. Werkneemster heeft die functie om dezelfde reden geweigerd.

Tot slot heeft werkgever, om aan het bezwaar van werkneemster tegemoet te komen, een functie in ploegendienst aangeboden. Het ging daarbij om de functie van productiemedewerker E. Werkneemster heeft ook deze functie geweigerd. De reden van de weigering was gelegen in het feit dat werkneemster de indruk kreeg dat van haar verwacht werd dat zij haar werkzaamheden na acceptatie van de nieuwe functie per direct zou moeten hervatten. Werkneemster was daartoe niet in de gelegenheid omdat zij op dat moment arbeidsongeschikt was. Werkgever heeft echter niet de verwachting geuit dat werkneemster haar werkzaamheden per direct diende te hervatten.

Het oordeel

Helaas heeft het Gerechtshof zich niet nader uitgelaten over de eerste twee aangeboden functies. Wel betrok het Gerechtshof het derde aanbod in haar oordeel.

Het Gerechtshof oordeelde dat het enkele feit dat werkneemster niet in staat was haar werkzaamheden te hervatten, niet betekent dat zij de aangeboden functie niet had kunnen aanvaarden. Daarmee heeft werkneemster een passende functie niet aanvaard. Het gevolg daarvan is dat werkgever werkneemster niet heeft kunnen herplaatsen wegens de weigerachtige houding van werkneemster. Naar het oordeel van het hof kwalificeert het handelen van deze werkneemster als ernstig verwijtbaar. Daarom is werkgever geen transitievergoeding verschuldigd.

Laat u adviseren bij het aanbieden van passende functies

Het doen van een aanbod van een passende functie met de juiste bewoordingen is ook nu weer cruciaal gebleken. Indien de werkgever uit bovengenoemde uitspraak bijvoorbeeld in haar aanbod de indruk had gewekt dat werkneemster direct een aanvang had moeten nemen met haar nieuwe werkzaamheden, dan waren de omstandigheden anders geweest. Wanneer de omstandigheden anders zijn, is de kans aannemelijk dat het oordeel van het Gerechtshof ook anders luidt. Ook wanneer de betreffende werkgever bijvoorbeeld bij het derde aanbod geen rekening had gehouden met de wens van werkneemster om in ploegendiensten te blijven werken, sluit ik niet uit dat het oordeel van het Gerechtshof anders was geweest. Het is aldus van essentieel belang dat de herplaatsingsinspanningen door een werkgever secuur gebeuren, waarbij de exacte formulering van ieder aanbod van doorslaggevende betekenis kan zijn. Wij denken graag met u mee. U kunt vrijblijvend contact opnemen met één van onze arbeidsrechtspecialisten.