15 december, 2022

Stemacteurs opgelet: ook door u ingesproken voicemailberichten kunnen auteursrechtelijk beschermd zijn!

De feiten: ingesproken voicemailbericht in raptrack

Op 26 januari 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam, een voor stemacteurs, interessante uitspraak gedaan. In deze zaak ging het om de vraag of een enkel voicemailbericht aangemerkt kan worden als een “werk” in de zin van de Auteurswet en dus auteursrechtelijke bescherming kan toekomen.

De eiser in deze zaak is werkzaam als stemacteur en ontvangt normaliter ook een vergoeding voor het gebruik van zijn stem. De stemacteur heeft begin 2018 spontaan een spraakbericht achtergelaten op de voicemail-inbox van de gedaagde, een rapper. Het spraakbericht bevat de volgende tekst en wordt door de stemacteur op een specifieke intonatie ingesproken:

“Hey tijger, hoe is het man? Hee luister, je kent me misschien niet meer maar we hebben samen op school gezeten man. Weet je nog Bert? Apolloschool? Die tijden? En jij was die skater en ik weet nog die eerste keer dat ik jou op tv zag, ik dacht wauw gruwelijk. Nee maar anyway, anyway bradda, we zitten in hetzelfde vak en ik heb een tijdje niks van je gehoord nog, man. Hoe gaat het met projecten en opdrachten?”

Een maand later brengt de rapper een nieuw nummer uit. Het nummer wordt onder andere geplaatst op Spotify, Deezer, Youtube en Soundcloud. Aan het begin van het nummer is, als het ware van intro, het voicemailbericht van de stemacteur te horen. 

De argumenten van partijen

De stemacteur stelt dat het door hem ingesproken voicemailbericht aangemerkt moet worden als “werk” in de zin van de Auteurswet. Om deze reden mag het fragment, volgens de stemacteur, niet zonder zijn voorafgaande toestemming gebruikt worden in een rapnummer. Nu het fragment tegen zijn wil openbaar wordt gemaakt levert dat een onrechtmatige daad op.

Volgens de rapper betreft het voicemailbericht helemaal geen creatief werk. Het is volgens hem enkel een vragenvuur van vijf vragen met uiteindelijk de uitnodiging van de stemacteur om met hem contact op te nemen. Er is volgens de rapper dus juist geen sprake van een “werk” in de zin van de Auteurswet en dient het voicemailbericht geen auteursrechtelijke bescherming toe te komen.

De beoordeling van de rechtbank

Aan de Rechtbank ligt de vraag voor of het stemfragment auteursrechtelijk beschermd is. De rechter stelt dat, om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen, voldaan moet worden aan een aantal, inmiddels in de jurisprudentie uitgekristalliseerde, criteria.

Het voortbrengsel moet oorspronkelijk zijn, in die zin dat het een eigen intellectuele schepping van de maker betreft en de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt. Er moeten vrije creatieve keuzes gemaakt zijn door de maker bij de totstandkoming van het werk. Al hetgeen dat een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarin geen creatieve arbeid van welke aard dan ook valt aan te wijzen, kan geen “werk” zijn in de zin van de Auteurswet. Het is niet relevant of de maker bewust een “werk” heeft willen schepen en dus bewust creatieve keuzes heeft gemaakt.

De Rechtbank concludeert dat het stemfragment van de stemacteur wel degelijk een “werk” is in de zin van de Auteurswet. Het voicemailbericht heeft, volgens de Rechtbank, een eigen, oorspronkelijk karakter en het draagt het persoonlijk stempel van de maker. De zinnen en vragen in het voicemailbericht zijn niet ergens aan ontleend. Er zijn creatieve keuzes gemaakt met betrekking tot de woordkeus en de specifieke intonatie, te weten een Amsterdams accent. Deze intonatie moest er voor zorgen dat het bericht voor de rapper aantrekkelijk was.

Op basis hiervan heeft de stemacteur, op basis van Artikel 1 Auteurswet, het uitsluitend recht om het stemfragment openbaar te maken. Nu de rapper het stemfragment dus zonder toestemming openbaar heeft gemaakt en heeft verveelvoudigd is er onrechtmatig gehandeld jegens de stemacteur.

Waarom is deze uitspraak interessant?

Deze uitspraak is interessant om het in zekere zin afwijkt van de huidige lijn in de jurisprudentie ten aanzien van stemfragmenten.

De Hoge Raad, in Nederland de hoogste rechter in civiele zaken, heeft geoordeeld dat een voortbrengsel voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt wanneer:

  1. Het voor menselijke waarneming vatbaar is;
  2. Het een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt;
  3. Het eigen, oorspronkelijk karakter en persoonlijk stempel niet enkel datgene betreft wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch effect.

Het tweede criterium is voor deze zaak belangrijk. Hieruit blijkt dat het werk zekere creativiteit moet vertonen. De twee vereisten “eigen oorspronkelijk karakter” en “persoonlijk stempel van de maker” worden verduidelijkt door de Hoge Raad in het Endstra-arrest. Een eigen, oorspronkelijk karakter houdt volgens de Hoge Raad in dat er geen sprake mag zijn van ontlening aan een ander werk. De eis van het persoonlijke stempel van de maker betekent dat sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, en die aldus voortbrengsel is van de menselijke geest.

In de zaak Endstra ging het, kort gezegd, om ‘achterbankgesprekken’ die Willem Endstra voerde met politieambtenaren van de Amsterdamse Criminele Inlichtingen Eenheid. De gesprekken werden opgenomen, uitgeschreven en vervolgens uitgegeven als boek onder de naam  ‘De Endstra-tapes’. De zonen van Endstra wilden de boekpublicatie tegenhouden op grond van de Auteurswet. Zij betoogden dat Endstra, of zijzelf als zijn erven, de auteursrechten op de teksten zouden toekomen.

In de zaak Endstra oordeelt het Gerechtshof in 2013 (na terug verwijzing door de Hoge Raad) dat de Endstra-tapes niet kwalificeren als “werk” in de zin van de Auteurswet. Het Hof komt tot dat oordeel omdat er geen sprake is van een persoonlijk stempel van Endstra. Ondanks het feit dat de erven van Endstra hebben aangevoerd dat er wel degelijk door Endstra creatieve keuzes zijn gemaakt in de beschrijving van gebeurtenissen en personen, formulering van zinnen en keuze van bepaalde bewoordingen. Bovendien persifleerde Endstra in zijn gesprekken onder andere Willem Holleeder en advocaat Moszkowicz. Hierbij werd door Endstra ook een andere intonatie gebruikt. Een voorbeeld uit de uitspraak volgt hieronder.

Ik zeg: ‘En die meneer Mieremet, die jou al van alles aangedaan heb, want wat heb ik, ik heb er helemaal niks mee te maken!’ `En die Mieremet,’ (imiteert Holleeder:) ‘die vermoord ik. Die pak ik, die vermoord ik.’ (weer zichzelf:) Weet je wel. Dat roept ie dan. Hij zegt: ‘Wacht maar en eh …’ Ja, nou ja, ik neem het serieus, want ze hebben het een paar keer al geprobeerd natuurlijk. Dus om negen uur, is het verhaal. Ze zeggen: wij hebben nooit geen problemen, weet je wel. Die Dino en eh …

Volgens het Hof bestaan de door Endstra uitgesproken teksten echter uit een “schier eindeloze reeks onafgemaakte, slecht lopende en ronduit kromme zinnen”. Hierdoor komt het Hof tot de conclusie dat er geen sprake is van zijdens Endstra scheppende, creatieve arbeid.

Conclusie

Hoewel in beide zaken de feiten en omstandigheden dus gelijkend zijn, immers is in beide zaken sprake van een stemfragment bestaande uit zinnen die niet ergens aan ontleend zijn en wordt er een specifieke intonatie gebruikt of een persoon gepersifleerd, is de uitkomst wezenlijk verschillend. Daarnaast is deze zaak een mooi voorbeeld van een situatie waarin de auteur niet bewust bezig is met het scheppen van een auteursrechtelijk beschermd werk.

Advocaten ICT, Intellectueel Eigendomsrecht en Privacyrecht

Heeft u ook een werk vervaardigd zoals bijvoorbeeld een stemdemo, een raptrack, een script of een songtekst en maakt iemand anders inbreuk op uw werk? Neem dan contact op met de specialisten auteursrecht van Wildenberg.

 

U mag dit bericht delen: