Hoge Raad wil oneerlijkheid verdeling nalatenschap ontmoedigen

verdeling nalatenschap testament

Het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2017 (ECLI:NL:HR:2017:3262) zet de deur open om sneller met succes een beroep op artikel 3:194 lid 2 BW te kunnen doen. Op grond van dit artikel verbeurt iemand zijn aandeel in een goed als hij dit goed opzettelijk verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt.

Dat komt in mijn praktijk regelmatig voor bij verdeling van nalatenschappen. Zo houdt men soms het bestaan van bankrekeningen achter om daar zelf van te (kunnen) profiteren doordat één van de kinderen de administratie van erflater voorafgaand aan diens overlijden al beheerde en dus over de bankpas en codes van de erflater beschikt om vervolgens het saldo op die rekeningen niet met de andere erfgenamen te delen. De Hoge Raad wil met dat soort praktijken korte metten maken en stelt nu vast dat niet is vereist dat de desbetreffende deelgenoot het oogmerk had om rechten van de deelgenoten of de schuldeisers te verkorten. Voor het ‘opzettelijk’ verzwijgen, zoek maken of verborgen houden van een goed als bedoeld in art. 3:194 lid 2 BW is voldoende dat de desbetreffende deelgenoot weet dat het verzwegen goed tot de gemeenschap behoort.

Heeft u nog vragen over dit onderwerp neemt u dan gerust contact op met mevrouw mr. Sigrid Ebbeng-Horstman, advocaat binnen de sectie Erfrecht. Zij helpt u graag verder.

U mag dit bericht delen