Airbnb op de vingers getikt

Airbnb op de vingers getikt: weg ligt open voor massale claims van particuliere huurders

Deze week heeft de rechtbank in Amsterdam uitspraak gedaan in een procedure tussen een huurder van een vakantie-accommodatie als eiser en Airbnb als gedaagde. De huurder stelde kort gezegd dat Airbnb ‘twee heren dient’ door aan zowel aan de huurder als aan de verhuurder provisie in rekening te brengen. In Nederland is het bemiddelaars in verhuur van onroerend goed verboden om twee heren te dienen (art 7:417 lid 4 BW).

Airbnb meende dat zij niet als bemiddelaar te gelden heeft. De rechtbank oordeelt echter wel dat de dienstverlening van Airbnb als bemiddeling kwalificeert, zodat Airbnb niet gerechtigd was om dubbele provisiekosten in rekening te brengen. Airbnb is veroordeeld om de provisie aan de huurder terug te betalen. De uitspraak heeft verstrekkende gevolgen, in ieder geval voor haar dienstverlening voor Nederlandse huurders.

Airbnb is geen Booking.com

Airbnb trok een parallel met een zaak tegen Booking.com, waarin deze boekingsorganisatie niet als bemiddelaar werd aangemerkt. De kantonrechters oordelen echter dat het verschil tussen Booking en Airbnb gelegen is in het feit dat bij Airbnb de identiteit van de huurders en verhuurders onbekend blijft tot en met het moment dat er een huurovereenkomst tot stand komt via de website. Daardoor is het voor huurders en verhuurders niet mogelijk om een huurovereenkomst buiten Airbnb om te sluiten. Dat kan bij Booking.com echter wel, waardoor deze boekingsorganisatie niet wordt aangemerkt als bemiddelaar. Ook het feit dat de uiteindelijke huurprijs wordt bepaald door Airbnb lijkt mee te spelen in de afweging van de kantonrechters om aan te nemen dat Airbnb handelt als bemiddelaar in de zin van art 7:417 lid 4 BW.

Nederlandse consumentenbescherming heeft voorrang op Ierse regels

Airbnb stelde verder dat het verbod op het dienen van twee heren in strijd is met de Europese E-commerce richtlijn. Deze Nederlandse regeling die hen verbiedt om kosten aan zowel de verhuurder als huurder te rekenen is een beperking is van het vrije verkeer van diensten, aldus Airbnb en dat is op grond van de richtlijn verboden. Nederlandse wetgeving is op dit punt strenger dan het recht van Ierland, het land waar Airbnb in Europa gevestigd is.

De rechtbank achtte de vraag of het vrij verkeer van diensten op ongeoorloofde wijze beperkt wordt echter minder relevant. In de algemene voorwaarden van Airbnb is immers opgenomen dat wettelijke regels die consumenten een betere bescherming bieden dan het Ierse recht voorrang krijgen. Airbnb zelf maakt het de rechtbank dus gemakkelijk door in de voorwaarden op te nemen dat de meest beschermende wettelijke regeling van toepassing is. In dit geval is dat de Nederlandse regeling die het dienen van twee heren niet toestaat.

Massale verzoeken om terugbetaling?

Te verwachten is dat de uitspraak leidt tot massale aanvragen om terugbetaling van provisiekosten. Daarbij geldt wel een kanttekening. Het vonnis is gewezen tussen Airbnb en deze specifieke particuliere huurder. Derden kunnen het vonnis gebruiken als ondersteuning van een verzoek om betaalde provisie terug te storten, maar kunnen de uitspraak niet executeren. Indien Airbnb niet op vrijwillige basis overgaat tot terugbetaling zit er voor de huurder niets anders op dan zelf een procedure te starten. Ondertussen zal deze zaak door een hogere rechter worden behandeld want Airbnb heeft al aangekondigd in appel te zullen gaan.

U mag dit bericht delen: