35 jaar Wildenberg: interview Hanneke Moons en Frans Klaver




29 december, 2025

35 jaar Wildenberg: interview Hanneke Moons en Frans Klaver

In 2025 viert Wildenberg Advocaten zijn 35-jarig jubileum! Door middel van een serie interviews delen we de verhalen van (oud-)kantoorgenoten. Deze maand gaat onze collega Vincent van Waterschoot in gesprek met Hanneke Moons en Frans Klaver. Frans sloot zich in 1990 aan bij (het fusiekantoor) Wildenberg. Frans is inmiddels gepensioneerd. Hanneke was vanaf het millennium advocaat bij Wildenberg en is momenteel hoofdredacteur Kennisbank Familierecht en Hoofd opleidingen Educatie-Online.

Vincent: ‘Hanneke en Frans, welkom! Jullie zijn de hekkensluiters van de serie interviews dit jaar. Frans, wanneer ben jij bij Wildenberg begonnen?’

Frans: ‘September 1989. Toen ben ik in het pand aan de Groesbeekseweg gestart, bij Jan van Halder, Tijn van Osch, Auke Jelle Kingma en Jeroen Claassens. We hadden het destijds altijd over twee bloedgroepen: de Groesbeekseweg en de Sint-Annastraat.’

Frans KlaverHanneke: ‘Wanneer zijn jullie naar de Sint-Anna gegaan?’

Frans: ‘Dat was toen Richard van den Wildenberg, Willem Kampschreur, Harry Stikkelbroeck, Hans Hendriks en Cor Grouls er al zaten; omstreeks medio 1990.’

Vincent: ‘In één van die twee panden?’

Frans: ‘Ja, aanvankelijk nummer 127 en na de samenvoeging en verbouwing kwam in 1990 nummer 125 erbij.’

Vincent: ‘Maar als advocaat ben je ergens anders begonnen toch Frans?’

Frans: ‘Ja, ik kwam van buitenaf. Ik ben gestart bij Aldenhoven in Uden, een heel klein kantoortje, we waren met z’n drieën. Bij Aldenhoven heb ik een jaartje gewerkt. Toen ben ik, als opvolger van Willem Kampschreur, bij Jo van der Horst gaan werken in Nijmegen aan de Hertogstraat. Daar heb ik onder andere geleerd: de relativering in het vak. Bij een van mijn eerste zaken was ik wat fel uitgevallen tegen de advocaat van de wederpartij, destijds de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Arnhem. Hij werd meteen heel boos en kondigde aan dat hij maatregelen tegen mij zou nemen. Daar schrok ik van: net begonnen als advocaat en dan al een klacht. Ik ben toen naar Jo, mijn patroon, gegaan en die zei: ‘Frans, maak je niet druk, de soep wordt nooit zo heet gegeten als hij wordt opgediend.’ Ik heb vervolgens keurig die collega opgebeld en mijn excuses aangeboden: zo was het niet bedoeld. Hij deed verder niet moeilijk. Goede les.’

Vincent van Waterschoot

Vincent: ‘Wat was jouw tak van sport?’

Frans: ‘Ik deed huurrecht, en af en toe koop/verkoop, letselschade en verzekeringsrecht. Verzekeringsrecht vond ik erg leuk. Ik heb in mijn hele carrière één keer wakker gelegen van een zaak. Het ging over een bedrijfsgebouw dat volledig was afgebrand. De verzekeraar keerde niet uit, omdat mijn cliënt zich niet aan alle polisvoorwaarden had gehouden. Er moest namelijk in elk vertrek een brandblusser hangen. Het was een hele snelle brand, een flashover, waardoor het pand in no-time in lichterlaaie stond. Na raadpleging van de brandweercommandant gaf die aan, al had je hier honderd brandblussers gehad, het had niet geholpen. Toen dacht ik, misschien maken we kans in een procedure, en dat bleek het geval. We kregen gelijk tot aan het hof. Ik weet nog dat de uitspraak plaatsvond tijdens mijn vakantie. Ik was bloednerveus toen ik naar kantoor belde. Ik was zó blij met de uitkomst. Het voelde alsof het mijn eigen geld was. Gek is dat. Dat is eigenlijk de enige keer geweest dat een zaak me zo bezighield tijdens mijn vakantie.’

Vincent: ‘Hanneke, wanneer ben jij bij Wildenberg begonnen?’

Hanneke: ‘In 2001. Grappig genoeg woonde ik al vanaf 1983 in de buurt, in Bottendaal. In 1986 ben ik gaan studeren en daarna, in 1996, ben ik begonnen bij Advocatenkantoor Van Lotringen in Ede. Maar tijdens mijn studie dacht ik altijd: ooit wil ik bij Wildenberg werken.’

Frans Klaver en Hanneke Moons

Vincent: ‘Waarom dacht je dat?’

Hanneke: ‘Ik had met Jeroen Claassens [oud-vennoot bij Wildenberg] contact gehad toen ik in het bestuur van de Refter zat [groot woon-/werkpand in Ubbergen]. Toen ik eenmaal rechten ging studeren dacht ik: bij Van den Wildenberg & Van Halder werken, dan heb je het wel het hoogst denkbare bereikt. Als ik dan als student langs Wildenberg fietste, dan wees ik altijd naar boven naar een zolderkamertje, zo van, daar kom ik later te zitten.’

Vincent: ‘Zo zie je, altijd blijven dromen [iedereen lacht].’

Hanneke: ‘Absoluut! En het grappige is Vincent, dat weet jij waarschijnlijk niet meer, maar ik ben in 1996 tegelijk met jou beëdigd. Ik voor de eerste keer en jij werd herbeëdigd omdat je uit een ander arrondissement kwam. Ik keek toen erg op tegen iedereen die al advocaat was, dus dat heb ik onthouden.’

Vincent: ‘Wat leuk! Dat weet ik echt niet meer.’

Vincent van Waterschoot

Hanneke: ‘Ik vond beëdigd worden heel spannend, überhaupt de advocatuur ingaan. Ik ben pas later rechten gaan studeren. Ik kwam op mijn achttiende in Nijmegen wonen, studeerde van alles en nog wat, psychologie, sociologie, maar ik maakte niks af. Ik was vooral bezig met actievoeren tegen allerlei onrecht, bij de universiteit, kernenergie, noem het maar op. De studie rechten greep me meteen. Dat juridische ‘puzzeltje’, jurisprudentie, wat zou de rechter hiervan zeggen? Daar was ik de hele tijd mee bezig.’

Vincent: ‘Deed je vanaf het begin personen- en familierecht?’

Hanneke: ‘Nee, ik deed met name arbeidsrecht, sterker: ik was al bezig met de Grotius-opleiding Arbeidsrecht. Daar zat ik met Jan van Halder en Willem Kampscheur in de opleidingsgroep [oud-vennoten bij Wildenberg]. Ik wilde weg bij mijn tweede kantoor en ik vroeg aan Jan en Willem of er bij hen plek was. Het antwoord was ja, maar niet voor arbeidsrecht. Die sectie zat al helemaal vol. ‘Kan ik dan familierecht doen?’, vroeg ik. En dat mocht. Een week later kwam ik op gesprek en werd ik aangenomen. Mijn eerste dag voelde meteen als een warm bad.’

Vincent: ‘Frans, we hadden het net over de zaak waar jij wakker van lag. Zijn er ook zaken die jou positief zijn bijgebleven?’

Frans: ‘Zeker, ik deed veel adoptiezaken. Iemand adopteert bijvoorbeeld een kind uit Sri Lanka. Na een jaar kun je dan een verzoek indienen bij de rechtbank om het kind officieel als wettig kind te erkennen. Zo’n kindje krijgt dan de Nederlandse nationaliteit. Dat was juridisch allemaal niet zo spannend, maar het was altijd prachtig: blije ouders, emotie in de zaal. De zittingen zelf waren vaak warm; sommige kinderrechters maakten er echt een feestje van. Corrie Brokken - ja, die van het Songfestival - was kinderrechter in Den Bosch en die deed dat fantastisch.’Vincent van Waterschoot Hanneke Moons Frans KlaverHanneke: ‘Mijn leukste zaak was mijn allereerste kort geding. Het was een ontslagzaak tegen een elektronicazaak van een grote keten. Mijn cliënt werd ervan beschuldigd dat hij een greep in de personeelspot had gedaan. Alles ging mis in die zaak, en tóch liep het goed af. Ik was vergeten tevoren producties toe te sturen, er zat pers in de zaal, en de advocaat van de wederpartij maakte bezwaar tegen videobeelden die ik op zitting had meegenomen die de onschuld van mijn cliënt konden aantonen. Maar de rechter stond het toe en toen wist ik: dit wordt een overwinning. Er verscheen zelfs een stukje over in de krant. Zo mooi is het nooit meer geweest [lacht].’

Vincent: ‘Wanneer ben jij bij Wildenberg weggegaan Frans?’

Frans: ‘Op 1 januari 2006. Ik stapte over naar een beleggings- en projectontwikkelingsmaatschappij. Dat vond ik hartstikke leuk. In de advocatuur heb je altijd een tegenstander, maar in projectontwikkeling stonden alle partijen met de neuzen dezelfde kant op: belegger, ontwikkelaar, gemeente, aannemer, woningcorporatie. Iedereen blij. Dat ging jarenlang goed, tot de crisis van 2008–2009, toen werd het minder ‘gezellig’.Frans Klaver en Hanneke MoonsVincent: ‘Heb je nog wel eens spijt gehad van je vertrek uit de advocatuur?’

Frans: ‘Nee, eigenlijk niet. Ik heb vooral de strijd in de rechtszaal niet gemist, de hardheid waarmee partijen elkaar bejegenden. Ik heb ook een paar nare ervaringen met rechters gehad, er zitten soms ontzettend arrogante mensen tussen. In Utrecht had ik eens een kantonrechter die me bijna de zaal uit wilde werken. Terug op kantoor gaf Jan van Halder te kennen dat het verstandiger zou zijn als ik mijn excuses zou aanbieden. Ik zei: ‘Jan, ik peins er niet over, ik hang nog liever mijn toga aan de kapstok dan dat ik mijn excuses aanbied aan deze onfatsoenlijke kantonrechter.’

Hanneke: ‘Ja, dat is echt Frans. Zo ken ik je.’

Vincent: ‘Was je dan onbuigzaam op zulke momenten?’Frans Klaver

Frans: ‘Ja, dan ben ik onbuigzaam. Als ik in mijn gelijk sta en als iemand zich uitermate onbeschoft gedraagt omdat hij of zij een bepaalde positie inneemt in de maatschappij, dan buig ik niet.’

Hanneke: ‘Toen jij overstapte Frans besefte ik het nog niet zo, maar later dacht ik steeds vaker: het lijkt me zo heerlijk gewoon voor een opdrachtgever te werken en geen wederpartijen meer te hebben. Juridisch vond ik het fantastisch hoor, naar zitting, pleiten, maar de cliënten waren soms lastig, wederpartijen werkten niet mee zoals je hoopte, en ik nam het allemaal mee naar huis. Ik lag vaak wakker van al die ruzies.’

Frans: ‘Lag dat aan de verhouding met cliënten of breder?’

Hanneke: ‘Alles. Cliënten werden veeleisender. Het gevoel dag en nacht klaar te moeten staan. Waar ik ook moeite mee kreeg: dan won ik een zaak, alimentatie naar nul, cliënt dolblij, maar dan dacht ik: de relatie is nu compleet kapot. Wat heb ik hier maatschappelijk eigenlijk bereikt? Je helpt ze juridisch, maar soms niet in hun leven. Ik keek steeds vaker naar het grotere plaatje.’

Vincent: ‘Om dit allerlaatste interview van ons jubileumjaar met een positieve noot af te sluiten, althans, dat hoop ik haha, wat vonden jullie van Wildenberg als kantoor, wat maakte het in jullie ogen uniek?’

Frans: ‘Er werkten op kantoor mensen die allen een sociale inborst hadden en op een correcte, respectvolle en veelal vriendelijke manier samenwerkten. We gingen heel informeel met elkaar om op een plezierige manier, niet alleen de advocaten, ook het secretariaat. Alsof we allemaal vrienden van elkaar waren. Weinig hiërarchie.blank

In de balie werd ook over ons gezegd: ‘Jullie zijn zo’n gezellig kantoor’. En er werd goed en hard gewerkt. We hielden de jurisprudentie bij, we hadden sectievergaderingen en gedegen juridische kennis van zaken.’

Hanneke: ‘Ik kwam ruim 10 jaar later bij Wildenberg, maar ik herken veel van wat Frans zegt. Mensen zeiden altijd: ‘Goed kantoor, leuk kantoor.’ Die twee woorden hoorden bij elkaar. Ik voelde ook echt een upgrade: de kwaliteit was hoog. Jan van Halder bijvoorbeeld was ontzettend scherp; altijd en meteen de juiste jurisprudentie paraat. Ik had het gevoel dat ik heel capabele collega’s had. Ik weet nog dat ik met buikpijn aan Jan vertelde dat ik wegging. Ik vond het heel erg om te zeggen. Maar ik heb heel goed afscheid genomen en ben blij dat ik bij Wildenberg heb gewerkt. Echt een leuk kantoor.’

Vincent: ‘Dus de uniciteit: kwaliteit én - misschien nog wel eerder - gezelligheid. Ook een kwaliteit.’

blankHanneke: ‘Absoluut onlosmakelijk. En ja, iedereen schrijft ‘informeel kantoor’ in vacatures, maar bij Wildenberg was het zo. Dat heb ik zelf gezien.’

Interview bewerkt door: Renaldo Willems
Foto's: Robin Wagenaar
Locatie: Restaurant Manna in Nijmegen

U mag dit bericht delen: